Aanspreken: ervaringen uit de praktijk

- Algemeen

Veel bedrijven willen groeien in hun veiligheidscultuur en veelal wordt dan aanspreekgedrag in één adem mee genoemd. Logisch, toch? Elkaar aanspreken en aangesproken worden is vooral realistisch en haalbaar in een proactieve en generatieve (vooruitstrevende) veiligheidscultuur. (meer info over de  trappen in de veiligheidscultuur vind je op de NEN website)

Althans, aanspreken met impact. Impact op iemands gedrag. Met een duurzaam resultaat. Daarnaast wordt vaak (terecht) ingezet op aangesproken worden.

Welke aanspreekcultuur wil je?

Kies voor welke aanspreekcultuur je wil gaan. Ga je voor aanspreken gericht op directe gedragsbijsturing met een korte termijneffect of ga je voor aanspreken gericht op duurzame gedragsverandering? Beiden kan, directe bijsturing is vaak nog nodig maar dat alleen is lang niet voldoende.

Korte termijn of duurzaam veranderen?

Als men verwacht dat de aangesprokene zijn gedrag bijstuurt via jouw directe bijsturing, dan richt men zich vooral op korte termijn impact. De manier van aanspreken die hiervoor wordt gebruikt, is vooral kort en bondig. Dit is wat ik zie, dit is niet ok, je moet het zo oplossen. De aangesprokene wordt verwacht de aangereikte oplossing meteen in de praktijk te zetten.
Voordeel: met weinig tijd en energie heb je je boodschap duidelijk gemaakt.
Nadeel? De aangesprokene wordt niet uitgedaagd om over zijn gedrag na te denken. Er worden geen nieuwe verbindingen in het brein van de aangesprokene gemaakt. Hierdoor blijft de kans bestaan dat hij de volgende keer in een gelijkaardige situatie zijn gedrag nauwelijks of niet verandert.

Aanspreken met impact

Als je wil inzetten op aanspreken met impact en dus veranderen van menselijk gedrag op lange termijn, dan is het zaak om in te zetten op dialoog. Deze techniek houdt rekening met de werking van ons brein. De Amygdala (amandelvormig deel in onze hersenen) is de emotieregelaar.  Je kunt het zien als een opslagkamer voor onze emoties. De Amygdala’s (je hebt er twee) scannen onze zintuigelijke waarnemingen op narigheid – vergelijkbaar met een virusscanner op de computer. Bij elke waarneming wordt op onbewust niveau de vraag gesteld: Is dit iets waar ik een hekel aan heb? Is dit iets wat me kan schaden? Is dit iets waar ik bang voor ben? Wanneer het antwoord ‘ja’ is komen de amygdala’s in actie en zenden crisisboodschappen naar alle hersendelen. Acuut worden door het lichaam ‘vecht- of vluchthormonen’ afgescheiden, wat leidt tot een verhoogde hartslag en verhoogde bloeddruk.


Als je mensen aanspreekt vanuit een oordeel of interpretatie, dan geeft de amygdala het signaal dat je “aangevallen” wordt, wat betekent dat het vechthormoon wordt afgescheiden. Concreet betekent dit dat de aangesprokene in weerstand gaat. Voorbeeld: stel dat je iemand gaat aanspreken en als eerste zegt: “Vind jij dat nu zelf veilig?”
Deze vraag impliceert een duidelijk oordeel, zeker omdat veel zal afhangen met welke intonatie die vraag gesteld wordt.
Als je de aangesprokene het gevoel kan geven dat jij interesse in hem en zijn job toont en met hem gaat bespreken wat de mogelijke risico’s van zijn job inhouden, dan zal de betrokkene zich noch gecontroleerd noch aangevallen voelen. Vaak, niet altijd, hebben mensen een reden waarom ze een taak op een bepaalde manier uitvoeren.

Als je mensen aanspreekt vanuit een oordeel, dan geeft de amygdala het signaal dat je "aangevallen wordt" en gaan ze in weerstand

Raf Ostach

Concrete tips

Aanspreken met impact is niet gemakkelijk, maar betekent inzetten op dialoog:

  • Het benoemen van een zichtbaar feit
  • Het bevragen en proberen begrijpen van de motieven erachter
  • Het aanzetten tot nadenken en niet argumenteren of overtuigen

Concreet betekent dit het volgende:

  • Stel jezelf kort voor (alleen van toepassing als je persoon niet kent): dit zorgt ervoor dat je aangesprokene weet met wie hij te maken heeft. “Goedemorgen, ik ben Dirk.”
  • Leg uit waarom je de betrokkene aanspreekt: “Ik passeer hier toevallig en ik zie dat je hier aan het werk bent.”  Na deze eerste 2 stappen staan beide partijen op dezelfde hoogte (evenwaardig).
  • Toon interesse: ”Hoe gaat het hier? Wat moet er juist gebeuren?”  Zo krijgt de aangesprokene eerst de kans om te vertellen waar hij mee bezig is en vat jij als aanspreker de onderliggende drivers van het gedrag. De persoonlijke integriteit van de aangesprokene komt niet in het gedrang en vooral de amygdala wordt niet getriggerd.
  • Benoem de feiten: dit is een aanvaardbare basis voor een aanspreekinterventie, gezien er geen interpretatie of waardeoordeel wordt gemaakt. “Ik stel vast dat jij aan het lassen bent” of “ik zie dat jij een stofmasker draagt”.
  •  Aanzetten tot nadenken doe je via de bevragingstechniek (open vragen): “Wat is voor jou het belangrijkste risico van deze taak?” en “Hoe ga je jezelf daartegen beschermen?”  Zo kan de aangesprokene zelf tot inzicht komen
  • Sturen naar een alternatief: “Als dit voor jou het belangrijkste risico is, wat ga jij doen om er zeker van te zijn dat je de job veilig en gezond kan afwerken?”  Zo heeft de aangesprokene het gevoel dat hij zelf ‘eigenaar’ is van de oplossing.
  • Afsluiten: “Als je nog eens in een gelijkaardige situatie als deze komt, wat ga je dan anders doen nu?”

Deze aanspreektechniek richt zich op een lange termijneffect. Toch betekent dit niet dat deze manier van aanspreken altijd mogelijk is in de praktijk. Als mensen zich in een acuut gevaar bevinden, zal de interventie gericht zijn op directe bijsturing om het acuut gevaar zo snel mogelijk te stoppen.
Er is niets mis mee om het afwijkend gedrag ook heel duidelijk te benoemen, integendeel dit is zelf noodzakelijk. Maar als je enkel hierop inzet, dan is een duurzame gedragsverandering moeilijk.

Zin in meer?

We zijn héél flexibel, en houden van een uitdaging! Laat ons weten waar u naar op zoek bent en wij zoeken mee!

contacteer ons